Wat zijn goede boeken over afscheid en rouw?
Geplaatst op 11 september 2026 in Producten
Sander de Hosson & Els Quaegebeur – Game Over (vanaf 7 jaar)
“Er is maar één ding zeker na onze geboorte: dat we ooit dood zullen gaan. Niemand kan het ontlopen, iedereen komt aan de beurt. Wat de dood precies is, weten we niet. Ja, je ademt, praat, loopt, lacht en denkt niet meer. Maar hoe het voelt om dood te zijn? Geen idee, het is een mysterie. Er is ook niemand tegen wie je kunt zeggen: ‘Hé hallo daar, kom eens terug om te vertellen hoe het daar is.’ Niet zo gek dus dat de dood ons nieuwsgierig maakt.
Dit boek legt uit wat we wél weten van sterven. En van een ziekte hebben die niet meer verdwijnt. Feiten zijn fijne dingen als je ergens mee wilt leren omgaan. Als je snapt hoe dingen zitten, zijn ze vaak minder eng. Dat geldt ook voor ziek zijn en sterven. En ondertussen volop en vrolijk leven!”
Floor Bal & Grootzus – Het Einde van Iemand (vanaf 4 jaar)
“In ‘Het einde van Iemand’ legt wetenschapsjournalist Floor Bal stapje voor stapje uit hoe het zit met dood zijn. Eerst leefde het lichaam nog en nu niet meer. Hoe kan dat? Wat gebeurt er dan met dat lichaam? Is dood zijn hetzelfde als heel lang slapen? En wat gebeurt er op een uitvaart?
Floor Bal, die voor haar boek ‘Het hele soepzootje’ een Vlag en Wimpel van de Griffeljury kreeg, geeft op een duidelijke, maar toch geruststellende manier antwoord op al deze kindervragen over de dood. Haar tekst blijft feitelijk, maar heeft een ongekende warmte en genegenheid in zich. De illustraties van de Rotterdamse Grootzus zijn al even eigenzinnig. Met haar fantasievolle collages verbeeldt ze zowel de lichte als de donkere kanten van de dood met veel verve en kleur.”
Max Porter – Verdriet is het ding met veren
“Een vader (bewonderaar en kenner van het werk van de dichter Ted Hughes) en zijn twee jonge zoontjes worden geconfronteerd met de plotselinge dood van hun echtgenote en moeder. Dan dringt op een avond Kraai, het schelmse fabeldier uit Ted Hughes’ beroemde gedichtencyclus Crow , hun Londense bovenhuis binnen. Kraai – tegenspeler, helper, bedrieger, genezer, kinderoppas – kondigt aan bij hen te zullen blijven tot ze hem niet meer nodig hebben. Naarmate de weken tot maanden en jaren worden, wijkt de pijn van het verlies geleidelijk voor mooie herinneringen…”
Lisanne van Sadelhoff – Je bent jong en je rouwt wat
“Toen haar moeder overleed, dacht Lisanne van Sadelhoff (1989) als een typisch kind van haar generatie: er is vast wel een handboek met een helder stappenplan waardoor ik rouwen snel van mijn to-do-list kan schrappen. Guess what: dat was er niet. Wat er wel was: vrienden die zich prompt tot rouwdeskundigen ontpopten en haar liefdevol bombardeerden met wijsheden en clichés. Soms schrok ze van wat ze zeiden (‘Gelukkig heb je de herinneringen nog’), of was het simpelweg te pijnlijk (‘Ik hoop dat je moeder rustig is gestorven’ NEE!!!), een andere keer hielp zo’n opmerking haar juist de dag door te komen (‘Je moeder is elke traan waard’). Het cliché dat Van Sadelhoff kan onderschrijven: ‘Elk rouwproces is uniek’. Je bent jong en je rouwt wat is daarom geen handleiding, maar een goudeerlijk boek dat pijnlijk duidelijk maakt dat alles beter is dan zwijgen.”
Bette Westra – Doodgewoon
“Echt doodgewoon is een boek over de dood niet. Niet voor volwassenen, en al helemaal niet voor kinderen. En toch hoort de dood bij het leven, want vroeg of laat krijgt iedereen ermee te maken. Je opa, de buurvrouw, je ouders, de hond of de poes – allemaal kunnen ze doodgaan.
Schrijver en dichter Bette Westera laat in ‘Doodgewoon’ op luchtige wijze alle gezichten van de dood zien. Hoe zou het leven eruitzien als de dood niet bestond? Zou van de hoge duikplank duiken dan nog even spannend zijn? Hoe dachten de oude Egyptenaren over de dood? Waarom vieren ze in Mexico elk jaar het feest van de doden? Hoe voelt het om iemand te verliezen van wie je heel veel houdt? Bestaat er een hemel? Is doodgaan altijd erg? En hoe hou je de herinnering aan iemand die gestorven is levend?”
Freek Vielen – Doe de groeten aan de ganzen (vanaf 7 jaar)
“Op een verjaardagsfeestje duikt een wel heel speciale, ongenodigde gast op. Een broer en zus bouwen een feestje. Hun hond Bobby is één jaar dood – en iets dat één jaar wordt, moet je vieren. Tot er iemand bonkt op de deur. ‘Het is de Dood,’ zegt Broer. Hij komt voor mijn broertje, weet Zus. Ze duwt de Dood buiten en sluit de deur. Maar hij blijft gewoon terugkomen en wil niets liever dan meevieren. Kan Zus er wel voor zorgen dat hij weggaat?”
Max Velthuijs – Kikker en het vogeltje (vanaf 3 jaar)
“Bij de rand van het bos lag een vogeltje.
‘Kijk,’ zei Kikker, ‘kapot. Hij doet het niet meer.’
‘Hij slaapt,’ zei Varkentje.
Maar Haas zei: ‘Hij is dood.’
‘Dood?’ vroeg Kikker. ‘Wat is dat?’
Ken jij Kikker en zijn vriendjes al? Haas die heel veel weet, Varkentje die zulke lekkere taarten bakt, Rat die altijd een oplossing weet, Eend, die het liefst altijd bij Kikker wil zijn en Beertje, die door Kikker wordt gevonden en bij hem mag wonen.”
Dick Bruna – Lieve oma Pluis (vanaf 2 jaar)
“Nijntje is heel verdrietig als oma dood gaat. Ze zet bloemen op het graf omdat oma daar zo van hield.”
Sander de Hosson – Leven toevoegen aan de dagen
“Wat kan er met je gebeuren vanaf het moment dat je het slechte nieuws krijgt dat je ongeneeslijk ziek bent, tot het moment van je laatste adem? Longarts Sander de Hosson vertelt openhartig hoe dit proces verloopt, en gaat in op slechtnieuwsgesprekken, palliatieve zorg, de rol van zorgmedewerkers, de betekenis van de omgeving, euthanasie en dilemma’s waar een arts en patiënt voor staan. Aansprekende en ontroerende patiëntverhalen laten de dagelijkse praktijk van deze longarts heel dichtbij komen. Sander schrijft in nauwe samenwerking met coauteur Els Quaegebeur, journalist en schrijver.”
Claire van ’t Veen – Ik rouw van je
“Alle pijn wegnemen, kan ik helaas niet. Wel wil ik je dit boek meegeven. Om zelf te lezen, of om weg te geven. In ‘Ik rouw van je’ neem ik je mee, mee op de weg van rouw na een overlijden. Een liefdevol boek met handreikingen. Kleine dingen die je kan doen, maar niet hoeft. Geen ingewikkelde woorden, of heel voorzichtige. En, héél belangrijk, niet te veel tekst achter elkaar. Want concentreren in deze tijd? Vergeet het maar. Ben je er klaar voor? Ik ook niet. Kom, we gaan! Liefs, Claire”